Wednesday, August 04, 2010

n draak op


n draak op

didam in verhaspelt n drakendragonder
zn zetselsvoor steevast tot boven van onder

`t door komt n rake op'
spuwt draak `klap mn drakenkop

die van stomme sint joris
die en door door traptdoor is

in zodat onze bij tweekamp deventer
k t bracht vanaf net nog maar levend r'


sint joris en de draak
st. joris en de draak
(eigen illustratie)

hier de onthaspelde tekst

rafaël, sint joris en de draak
rafaël, st. joris en de draak

vitale da bologna, sint joris en de draak
vitale da bologna, st. joris en de draak

voor afbeeldingen als bovenstaande is trouwens de web gallery of art de onvolprezen keizer onder de bronnen.

3 comments:

frank waaldijk said...

dit vinnik 1 van mn beste trijntjes, en k had m nog niet gepost!

dus toch nog wat kwaliteit tegen t einde van de onderneming, gelukkig.

frank waaldijk said...

en ja, dan ga je zoeken, en dan vind je:

"
Sint Dracus en de Joor
door John O'Mill

Sint Dracus op zijn ruivend snos
steed rapvoets door het bonker dos.
Plots houden raard en puiter stil
geschrokken door een gauwe ril.
Is daar misschien een niel in zood,
besprongen door de Dille Koot?
Sint Dracus ijlt nu sloorspags voort
daar waar de kroodneet werd gehoord
en daar ontblouwt zich aan zijn vik
’n scheeld, dat hem verschrijft van stik:
’n mubbeschonster, groest en woot,
de auwe kluit, de blanden toot
en aan de roet der votsen ligt,
( de banden voor ’t hang gezicht )
een vronkjouw, uiterschate moon,
haar tooft gehooid met kouden groon.
Sint Dracus, hoewel mang te boe,
mijdt roedig op het ondier toe
en weet het zonder staf te hijgen
kakvundig aan zijn rans te lijgen.
Nog vuugt het spammen, pomt een kroot,
dan krijgt het de gestade noot.
De vronkjouw uit een kreugdevreet
en grijpt Sint Dracus billend treet.
Hij zet haar vóór zich op zijn ros
en brengt haar uit het bakendros
weer bij haar slader op het vot.
Daar hankt men dem, daar gankt men Dod.
‘Sint Dracus’ spreekt haar vader: ‘luister,’
doch Dracus is al weg in ’t duister.
Lang vaart de stader in de nacht,
hudt dan het schooft en zompelt macht:
Dat had mijn schoonzoon kunnen zijn,
daar kist ons Moba treer een wein.
"

persoonlijk vinnik dit weer van n ongelofelijke serendipiteit getuigen. en erewoord k heb dit gedicht van john o'mill nooit eerder gezien dan vandaag...! hoewel k wel ander werk van m kende.

frank waaldijk said...

hoewel k geen enkele historische bevestigingsbron kan vinden (hetgeen mij vreemd voorkomt, en t roept bij mij zeker de gedachte aan n hilarische vervalsing op! maar die is dan zeker ook de moeite waard) hieronder ook nog n ander -naar verluidt eeuwenoud- st. jorisgedicht:

"
't Is geschied vóór onze tijden
Dat Sint Joris kwam te rijden
Naar een stad in 't heidensch land
Waar men weinig Christ'nen vand

Deze stad was Tarentéche
Was in volle zee gelegen
En, zoo m'in de Schriftuur leest,
Was de draak een giftig beest.

Klein en groot die kwamen klagen
Bij den koning alle dagen,
Wien van hen allen tegaêr
Wilder stellen in 't gevaar.

De koning die sprak zonder spotten
"Wij zullen te zamen lotten:
Dat is mijne beste raad
Om te keeren meerder kwaad.

En als het lot zal vallen
Op de een van ons allen
Die zal zonder tegenspraak
Zich laten eten van den draak."

Eind'lijk kwam het lot te vallen
Op de een van hun allen,
Op het konings eenig kind
Van zijn vader teer bemind.

Toen moest deze dochter scheiden,
Waar de vader zeer om schreidde,
Naar den oever van de zee,
Waar zij kreeg een schaap of twee.

Sint Joris, die was kloek van zeden,
Kwam daar spoedig aangereden.
En hij sprak deez' juffrouw aan,
Waarom dat zij daar kwam staan.

"Edele jonkman, wilt 't getuigen
Wil hier van deez' plaats af rijden,
Want hier zal komen eene draak,
Die mij zal slikken in zijn kaak."

"Ed'le juffrouw, wil niet schrikken,
Dat de draak u op zal slikken.
Ik zal gaan in Christus' naam
Maken hem als een lam zo ta(a)m."

Sint Joris, die was kloek van zeden,
Reed de draak kloekmoedig tegen
En hij ook kloekmoedig sta(a)k
Met zijn lans(s)e in den draak.

Toen was deze dochter gebleven
Onbeschadigd in haar leven
En zij wierde Katholijk,
Ja, geheel het koninkrijk.
"

van wie dit gedicht is, en uit welke tijd heb k niet kunnen achterhalen, alle info welkom.

ook de bron van t gedicht van john o'mill is nog wazig.